Het vangen


Het vangen gebeurt traditioneel met een kooikerhondje.

De vangpijpen zijn zo ingericht dat de hond aan de binnenzijde van de vangpijp in het zicht van de eenden verschijnt. Hij loopt rondjes rondom enkele rieten schermen en verschijnt steeds weer in het zicht van de eenden. De wilde exemplaren worden nieuwsgierig en voelen zich aangetrokken tot de kooihond en zwemmen de vangpijp in, achter het hondje aan. De kooiker strooit wat voer over de rietschermen heen en volgt het hele proces door kleine kijkgaatjes in de schermen. Als het hem lukt om de wilde exemplaren de vangpijp in te lokken verschijnt de kooiker onverwacht aan het begin van de vangpijp, in het zicht van de eenden in de vangpijp. De wilde exemplaren schrikken daardoor en vliegen (tegen de wind in, om te kunnen opstijgen) van de kooiker vandaan verder de vangpijp in. De vangpijp is zo geconstrueerd dat de kooiker in het zicht van de wilde eenden blijft om ze verder de vangpijp in te jagen.
Uiteindelijk belanden ze aan het einde van de vangpijp in het vanghokje.

De kooiker kan ook vangen zonder kooihond door alleen voer in de vangpijp te strooien. De makke stal lokt dan de wilde exemplaren die iets van het voer willen meepikken de vangpijp in. Hieronder zie je, incl. tekeningen, alle stappen die de kooiker zet bij de vangtechniek.


Levend vogelambacht: Het verloop van het lokken en vangen


wilde eenden

tamme eenden

 

 

De eenden liggen rustig op de kooiplas. De kooiker bepaalt de windrichting en gaat met zijn kooihondje naar de vangpijp met de juiste windrichting. Hij kijkt door de kijkgaten in de rietschermen naar de eenden op de plas. Als alles rustig is, geeft hij zijn kooihond een commando, waardoor deze door het hondsgat loopt en in het zicht komt van de eenden op de kooiplas.

   

De kooiker werpt wat graan over de rietschermen bij het begin van de vangpijp. De tamme eenden komen daar onmiddellijk op af. Sommige kooikers fluiten even voordat ze het voer uitstrooien. De tamme eenden kennen dit en komen naar het voer toe

 

   

De wilde eenden zijn nieuwsgierig en komen op de kooihond af. Achter het eerste of tweede kortscherm komt de hond opnieuw aan de zijde van de kooiker. Daar wacht hem immers een stukje brood of een andere beloning. Het lopen van die rondjes herhaalt zich enkele keren.

   

Vervolgens loopt de kooiker verder langs de vangpijp en hij werpt voer over de kortschermen. De tamme eenden volgen en bijna halverwege de vangpijp loopt de hond opnieuw enkele rondjes rond een kortscherm. Voor de nieuwsgierig geworden wilde eenden is het alsof er verschillende honden achter elkaar naar het einde van de vangpijp lopen. De hond jaagt de eenden dus niet in de pijp, maar de eenden volgen nieuwsgierig de hond.

 

Als de wilde vogels eenmaal voorbij de bocht van de vangpijp zijn gelokt, zijn ze buite het zicht van de eenden op de kooiplas. De kooiman loert door een klein gaatje in het rietscherm en schat in hoeveel wilde vogels al vangstklaar zijn. Hij kan ze onderscheiden van zijn rustig etende tamme eenden, want de wilde kijken wantrouwiger rond en reikhalzen meer.

   

De kooiker loopt stil in een wijde boog weer naar het begin van de vangpijp bij het eerste of tweede kortscherm. Jaagschermen of knieschermen zorgen ervoor dat de kooiker uit het zicht van de eenden blijft als hij zich naar het begin van de vangpijp loopt.

   

Aan het begin van de vangpijp laat de kooiker zich, tussen de kortschermen door, zien aan de eenden. Vanaf de kooiplas is hij niet te zien, maar de wilde eenden in de vangpijp schrikken op bij het zien van een mens die breed met de armen zwaaiend in de vangpijp staat. Door de opeenvolgende openingen tussen de kortschermen zien de wilde eenden de kooiker steeds dichter naderen. De tamme eenden schrikken niet en blijven rustig eten. De wilde vogels zwemmen of vliegen verder naar het einde van de vangpijp, ook aangetrokken door de open lichte plek aan het einde van de vangpijp.

   

De eenden vliegen aan het einde van de vangpijp tegen een net en komen vervolgens in het vanghokje terecht. De kooiker haalt de eenden er één voor één levend en onbeschadigd uit.

   

Bij het vangen voor consumptie wordt de eenden letterlijk de nek omgedraaid. Dat heet de ‘kooikersgreep’. Het breken van enkele halswervels, zodat de hersenen van het ruggenmerg gescheiden worden, veroorzaakt een pijnloze snelle dood. De eenden kunnen nog wel eens spartelen door hun laatste stuiptrekkingen. Daarom werpt de kooiker ze in het spartelhok, dat opgesteld staat op het einde van elke vangpijp.

Als er gevangen wordt  voor onderzoek of ringwerk, worden de vogels onderzocht en gemeten, krijgen een ring om de poot en worden weer vrijgelaten in de hoop dat een melding ons nieuwe informatie verschaft over dit eendenleven.

   
   


 

 



Eendenkooi Stichting

Adres secretariaat
Ringoven 26
3402 SB  IJSSELSTEIN

info@eendenkooi.net


© 2017 Eendenkooistichting

powered by Natuurlijk !